Als je aan kinderen verdrietig nieuws moet vertellen over de dood van iemand die ze goed kennen, doe je dat op zo’n manier dat ze het kunnen begrijpen. Dat is afhankelijk van hun leeftijd en de verstandelijke vermogens. Heel jonge kinderen gaan anders om met het begrip dood dan pubers. Om een indruk te geven van het besef dat kinderen van de dood hebben, gebruiken we hier een indeling in leeftijdsfases. Uiteraard is het besef ook afhankelijk van de ontwikkeling en de ervaring van ieder kind persoonlijk.

Jongeren (12-18 jaar) 

Dat iedereen ooit sterft, dringt tot kinderen door wanneer ze de tienerleeftijd bereikt hebben. Hun verstandelijke ontwikkeling is dan zo ver dat ze de dood kunnen zien als het onvermijdelijke einde van het leven. Maar ze hebben het idee dat het iedereen kan overkomen behalve mensen in hun omgeving. Juist daarom worden jongeren zo diep geraakt wanneer de dood toeslaat. Ze zitten in de periode waarin ze vraagtekens zetten bij het leven. Ze zijn bezig met zingevingsvragen: ‘Waarom en waarvoor leven we? Wat heeft het leven voor zin als het van de ene op de andere seconde afgelopen kan zijn?’. En dan zeker wanneer het de dood van een leeftijdsgenoot, een vriend of klasgenoot betreft. ‘Hoe is het mogelijk dat niet alleen oude mensen doodgaan? Waarom mijn vader, mijn moeder? Wat heeft de dood van een jong iemand voor zin?’. De confrontatie met een overlijden maakt dat de verwarring van de jongere rond leven en dood nog toeneemt. Anderzijds laat een jongere van al deze twijfel en verwarring niet altijd veel blijken. Jongeren trachten hun rouw vaak zo goed mogelijk te verbergen. Ze willen voorkomen dat anderen hun pijn en verdriet zien. 

"Thuis zorg ik voor mama en mijn broertje. Op school speel ik 'de vrolijke vriendin'. Alleen hier kan ik huilen."

Clara, 14 jaar (verloor haar grootvader)

Hoe ga je hiermee om? 

  • Het allerbelangrijkste is écht te kijken en luisteren naar de jongere. Gebruik al je zintuigen in het contact. Luister naar wat hij/zij zegt (en niet zegt!). Kijk naar wat de lichaamstaal vertelt. Vraag niet te veel, maar luister vooral en open je hart. Tracht samen een zoektocht te maken naar wat steunend is voor deze jongere.
  • Ook hier geldt: een open sfeer, vragen mogen stellen, ouders die het antwoord soms ook niet kennen… Niet forceren het gevoel te uiten, ontkenning of onderdrukking van emoties kan lange tijd duren, zeker bij jongeren, en werkt soms beter dan verplicht praten. Wel uitnodigen tot communicatie, maar niet dwingen dus.
  • Geef als ouder/begeleider de boodschap dat plezier en amusement mogen. Je mag nog lachen en jezelf amuseren, dat wil niet zeggen dat je niet met je verdriet bezig bent. Dit is uitermate belangrijk naar tieners toe.
  • Wees voorbereid op eventuele uitbarstingen. Het is nodig dat een kind eens boos mag zijn. Zoek een plek waar het kind zijn boosheid ook mag uiten. Bied mogelijkheden aan om hiermee om te gaan: ‘Als je boos bent, kan je dit doen, of dat…’ of ‘Wat denk jij dat je best kan doen als je boos bent?’ (boosheid heeft actie nodig!).
  • Verdriet delen is tweerichtingsverkeer. Je mag dus als ouder wel verdriet tonen, want dan leert het kind dat het ook verdriet mag tonen/hebben. Pas wel op dat ‘delen’ niet gaat neigen naar ‘belasten’. Leg je eigen verdriet  niet bij het kind. 

"Ik heb gisteren al mijn boze brieven verbrand (...). Wat een fuckvlam! Nu kunnen ze niet doen of ze nooit heeft bestaan."

Evert, 16 jaar (verloor zijn moeder)