Als je aan kinderen verdrietig nieuws moet vertellen over de dood van iemand die ze goed kennen, doe je dat op zo’n manier dat ze het kunnen begrijpen. Dat is afhankelijk van hun leeftijd en de verstandelijke vermogens. Heel jonge kinderen gaan anders om met het begrip dood dan pubers. Om een indruk te geven van het besef dat kinderen van de dood hebben, gebruiken we hier een indeling in leeftijdsfases. Uiteraard is het besef ook afhankelijk van de ontwikkeling en de ervaring van ieder kind persoonlijk.

Kinderen tot ongeveer 3 jaar 

Hele kleine kinderen, tot ongeveer drie jaar, hebben geen echt besef van de dood. Ze kennen het onderscheid nog niet tussen levende en niet levende dingen. Wel zijn ze bang gescheiden te worden van mama of papa. Ze voelen dus wat verlies is en lijden daar ook onder. De kleintjes gaan op hun eigen wijze met de dood om. Ze reageren vanuit hun behoeften en vertonen nog geen angst voor de dode. Als je hen de kans geeft en niet bang maakt, willen ze de dode van dichtbij bekijken, aaien of een handje geven. Het belangrijkste is dat je je eigen angsten niet overbrengt op het kind.

3 tot 6 jaar 

Kinderen van drie tot zes jaar kennen het verschil tussen leven en dood. Ze gebruiken het woord ‘dood’ in hun gesprekjes en in hun spel. Maar ze weten niet precies wat dood inhoudt. Ze weten dat mensen en dieren dood kunnen gaan. Ze geven de doden nog vaak de eigenschappen van levende personen. Kinderen begrijpen het definitieve karakter van de dood nog niet. Ze vinden na enkele weken dat het spelletje afgelopen moet zijn en papa nu weer terug moet komen. Of ze zien dood als iets tijdelijks, een soort slaap, waarbij de dode niet kan zien en niet meer kan bewegen. Ze beginnen ook te beseffen dat dood en verdriet met elkaar te maken hebben. 

 
In de eerste vragen die kleuters stellen, klinkt het verdriet vaak niet door. Hun vragen zijn vooral praktisch van aard. Waarom is het gebeurd? Kon de dokter haar dan niet beter maken? Kon hij niet uitkijken? Wat voor auto was het? Had zijn mama niet op hem gepast? Het zijn vragen over het hoe, wat en waarom. Later komen vragen die te maken hebben met wat dood is en waar de dode nu is. Daarna komen pas verdriet, boosheid en andere gevoelens. Het echt begrijpen van de dood valt deze kinderen nog moeilijk. Ze blijven vragen stellen, soms tot vervelens toe. ‘Wordt opa niet vuil in de grond?’, ‘Heeft hij geen honger in het graf?’, ‘Is het niet zielig, zo alleen in de kist?’, ‘Met wie moet mijn broertje nu spelen?’ Langzaamaan beginnen ze te begrijpen dat dood een afscheid voor altijd is. 
 
Kleine kinderen kunnen enorm snel switchen tussen blijheid en verdriet. Hun gemoed kan van het ene op het andere moment omslaan. Later bij het ouder worden verdwijnt dit gegeven. 

Hoe ga je hiermee om? 

  • Je helpt een kind als je het op jonge leeftijd al leert omgaan met gevoelens van gemis en verdriet. Je kan bijvoorbeeld vragen: ‘Wat wil jij graag doen als je verdrietig bent? Hoe wil je dan getroost worden?’. Verdrietig zijn is ook niet altijd negatief voor kinderen. En het mogen verdrietig zijn (bij de ouders of begeleiders) is voor een kind van enorm groot belang. Zorg dus dat het kind voelt dat het mag verdrietig zijn.
  • Als ouder/begeleider probeer je voor een veilig, knus gevoel te zorgen. Het is een hele eer als je kind jou uitkiest om in gesprek te gaan of vraagjes te stellen. 
  • Tracht als ouder of begeleider zo goed mogelijk op het niveau van het kind te blijven. De verstandelijke ontwikkeling evolueert nog volop. Het idee en besef van wat ‘dood’ is, zal nog  verschillende keren wijzigen. Dring geen beeld op.
  • Maak ruimte voor creativiteit: laat kinderen tekenen, zingen, kleuren,… zo verwerken ze hetgeen in hun gedachten omgaat. 
  • Ook voor een kind is afscheid (mogen) nemen belangrijk, dus scherm het niet af van het afscheidsmoment. Je kan ook vragen aan het kind of het graag nog iets wil doen nu mama, papa, broertje of zusje dood is. Eventueel kan je hem/haar iets laten doen tijdens de afscheidsplechtigheid: een tekening maken, iets knutselen... Laat het kind zelf invullen hoe het afscheid wil nemen of wat het nog wil doen.